Jan Tinbergen

Jan Tinbergen is bekend als modellenbouwer en econometrist. Voor zijn pionierswerk op deze gebieden kreeg hij, samen met Ragnar Frisch, in 1969 de allereerste ‘Nobelprijs’ voor de Economie, uitgereikt door de Rijksbank van Zweden. In zijn eigen werk is vooral ook zijn sociale betrokkenheid opvallend bij de wereldproblematiek van zijn tijd, zoals bij de economische instabiliteit van de jaren dertig, de confrontatie tussen Oost en West tijdens de Koude Oorlog, de dekolonisatie en bij het economische-ontwikkelingsvraagstuk, en later in zijn carrière ook bij de milieuproblematiek.

Hij promoveerde in 1929 bij Paul Ehrenfest, een vooraanstaand natuurkundige. Op dat moment had hij in overleg met zijn promotor al besloten om voor de economische wetenschap te kiezen. Dat werk concentreerde zich aanvankelijk vooral op de conjunctuurstatistiek bij het CBS. Maar naarmate de economische crisis verergerde, zocht hij vooral naar manieren om zijn economische kennis in te zetten ter bestrijding van de depressie. Dat kreeg in 1935 vorm in het Plan van de Arbeid van de SDAP, waar hij de intellectuele architect van was. Een jaar later presenteerde hij bij de KVS het eerste macro-econometrische model van de Nederlandse economie.

Daarna nam zijn carrière een vlucht, en mocht hij zijn monetaire modelwerk voortzetten en uitbreiden bij de Volkenbond in Genève. Na de oorlog vroeg zijn vriend Hein Vos, in de hoedanigheid van minister van Handel en Nijverheid, hem om directeur te worden van het CPB, en vanaf midden jaren vijftig stortte hij zich op de ontwikkelingsproblematiek. Hij werkte in India, Turkije en voor vele internationale organisaties, maar vooral voor de Verenigde Naties. Het ideaal van een vreedzame wereldorde, zoals dat eerst bij de Volkenbond en daarna bij de Verenigde Naties werd nagestreefd, was ook Tinbergens doel. Hij was daarom permanent op zoek naar toenadering tussen het onderontwikkelde Zuiden en het rijke Noorden, en ook tussen het communistische Oosten en het kapitalistische Westen. Daaruit kwam onder andere zijn convergentietheorie voort, die stelde dat de verschillende economische stelsels over de tijd qua structuur naar elkaar toe zouden groeien. Daarom was, naast de Nobelprijs, ook het persoonlijke bezoek dat Gorbatsjov hem bracht na de val van de muur een absoluut hoogtepunt in zijn leven.

Tinbergen was ook in Nederland de wegbereider van een kosmopolitische visie. Vanaf de jaren vijftig was hij een van de grote pleitbezorgers van ontwikkelingshulp. Met pater Simon Jelsma en dominee Johannes Hugenholtz richtte hij in  Nederland de Vereniging voor Internationale Ontwikkelingssamenwerking op. Die vond al snel veel sympathie bij het Koninklijk Huis, en in 1955 sprak koningin Juliana, geïnspireerd door Tinbergen, over een Wereldwelvaartsplan. Tinbergen bleef zich de rest van zijn leven inzetten voor ontwikkelingshulp en stelde daarbij tot doel dat één of zelfs twee procent van het bbp van de ontwikkelde landen naar ontwikkelingslanden zou moeten gaan.

Erwin Dekker

Postdoctoraal onderzoeker aan de Erasmus School of Economics, waar hij werkt aan de biografie van Jan Tinbergen.

INITIATIEFNEMERS